Het is al even geleden dat ik naar de VVBAD studiedag 'De nieuwe gebruiker' ben geweest, maar ik vind weer nu pas tijd om mijn notities van die dag uit te werken! Het was nochtans een heel interessante dag op een heel mooie locatie!
De studiedag werd geopend door Guido Galle, directeur onderwijs- en studentenbeleid Arteveldehogeschool. Hij gaf antwoord op 3 vragen:
- Waar bent u nu?
Op de nieuwe campus Kantienberg van de Arteveldehogeschool!
- Wanneer noemt men iets nieuw?
Nieuw is dat waar over wordt gepraat, waar de aandacht wordt op gevestigd (ook al is het geen nieuw fenomeen).
- Waarom hou ik van bibliothecarissen?
Bibliothecarissen hebben passie voor kennis, ontsluiting en informatiebemiddeling en ik hou van ze om hun liefde voor studenten. Nieuwsgierigheid stuurt bibliothecarissen op pad!
Diversiteit in het hoger onderwijs
In de eerste presentatie van de dag focuste Jasper Delanoy (Vlaamse Hogescholenraad) op de gewijzigde samenstelling van de studentenpopulatie in het hoger onderwijs, o.a. aan de hand van statistisch materiaal (studentenmonitor 2009 van de Vlaamse Overheid gecombineerd met gegevens van VLHORA).
De uitdagingen voor het Vlaamse hoger onderwijs liggen in flexibilisering, democratisering, hervorming hoger onderwijs, levenslang leren en internationalisering. Studenten hebben nood aan een flexibelere infrastructuur, 24/24 toegang, afstandleren (over de instelling/associatie heen) en een sociaal beleid (afstemmen op functiebeperking, niveau en taal van de student). Het Vlaamse hoger onderwijs krijgt in de toekomst te maken met veel meer doelgroepen en internationale studenten en met een nieuwe studentenattitude. Voor de cijfers die bovenstaand besluit onderbouwen verwijs ik naar de hele presentatie:
Jongeren en hun cultuur
Het is bewezen dat optimisten 7,5 jaar langer leven dan pessimisten, vrouwen 4,5 jaar langer dan mannen en Limburgers 1 jaar langer dan de rest van Vlaanderen. Een Limburgse optimistische vrouw (zoals ik
oorspronkelijk ) leeft dus 13 jaar langer dan een pessimistische West-Vlaamse man! Natuurlijk klopt dit niet helemaal, maar zelfbedrog is ook een levensstrategie! Met dit verhaal begon trendwatcher Herman Konings zijn presentatie.
The rate of change changes
De snelheid van verandering verandert, de mens zelf verandert per definitie. De laatste 10 jaar hebben de grootste veranderingen in de geschiedenis plaatsgevonden. Er zijn dan ook een groter aantal wetenschappers dan ooit die de wereld zijn aan 't creëren. Er vindt een technologische innovatie plaats (de millenniumbug was een hype voor de ICT industrie) en de 21ste eeuw kenmerkt zich als de eeuw van web 2.0 en mobiel. Konings adviseert ons dan ook de consument niet te vragen wat ze in de toekomst gaan doen,want dat kunnen ze toch niet weten. In 2000 was 64% van de consument afwijzend wat betreft het gebruik van een mobieltje, toen had 32% een mobiel in bezit. In 2003 was dat al 68% en nu in 2010 heeft 93% een mobiele telefoon (meer kan niet)! Mensen passen zich dus aan aan wat ze aanvankelijk niet kennen!
Product van het jaar
Ieder jaar mag de Vlaamse consument het product van het afgelopen jaar selecteren:
- 2003 –> iPod
- 2004 –> Senseo
- 2005 –> Google
- 2006 –> TomTom
- 2007 –> iPhone
- 2008 –> Obama
- 2009 –> Kai Mook
Opvallend aan de lijst is dat het eerst werd gedomineerd door technologische producten. De iPhone werd uitgeroepen tot het product van 2007 terwijl die pas in 2008 officieel is gelanceerd in België. In 2008 begon de economische crisis en Obama ga ons hoop met zijn slogan 'Yes we can'! Geen technologische producten meer want die zijn ondertussen 'gewoon' geworden. Dit is ook het gevolg van de inzet van sociale netwerken, hierdoor zijn meer jongeren gaan stemmen op het product van het jaar. Digitale samenleving = digitale zuurstof voor hen, dus technologische producten zijn 'normaal', zij hebben juist behoefte aan niet-technologische 'voorbeelden'. Kai Mook was dan ook een logische opvolger van Obama, omdat er maar heel weinig mensen ooit van dit kleine olifantje zouden hebben gehoord als er geen sociale netwerken waren geweest!
Babybooming business
- Millenium kids –> 0 – 9 jaar
- Sunshine teens –> 10 – 19 jaar
- Generatie 'slash' –> 20 – 29 jaar
- Generatie 'kloof' –> 30 – 44 jaar
- Babybloomers –> 45 – 54 jaar
- Front end boomers –> 55 – 64 jaar
- Buffer boomers –> 65 – 69 jaar
- Stille generatie –> 70 – 79 jaar
- Stoïcijnse generatie –> + 80 jaar
In 1975 bestond 40% van de 'industrie' uit kennis en diensten, nu is dat 70%. De 30-ers van nu hebben 7 uur minder vrije tijd per week dan de 30-ers van 35 jaar geleden. De kinderen van 30-ers van nu, de digital aboriginals / digital natives (-14 jaar) moeten dus meer zelfredzaam zijn en hun puberteit komt eerder. Konings adviseert dan ook dat kinderen al op jongere leeftijd naar het hoger onderwijs moeten (in België kunnen jongeren vanaf 18 jaar naar het hoger onderwijs, in Nederland is dat voor sommigen al 16/17 jaar) en dat de kinderen ook 'analoge zuurstof' tot zich moeten krijgen, niet alleen maar 'digitale'! Er is te weinig binding tussen ouders en kinderen. Toch zie je dat ouders zich daar wel bewust van zijn: voorleesboeken en Pipi Langkous (co-viewing, zowel ouders als kinderen kennen haar) zijn tegenwoordig weer populair om die binding te krijgen en dit ondanks / dankzij gebrek aan tijd.
Het 'aanstekelijke' tijdperk dankzij de generatie 'slash'
We noemen de 20- tot 29 jarigen generatie 'slash' omdat hun visitekaartje wordt gekenmerkt door de vele functies (gemiddeld 7, met een slash ertussen).
jeugdbeweging / band / ontwerper / sport / school / werk / etc.
Mensen willen in de realiteit iets betekenen en worden via sociale netwerken gesensibiliseerd en beïnvloed. De generatie 'slash' werden daarnaast in hun tienertijd gerust gelaten door hun ouders. Ze hebben dus voldoende tijd, geld en ruimte en bezitten een heel repertoire aan verschillende identiteiten (voortdurend aanpassen aan omstandigheden = normaal), ze zijn mondig en mobiel en ook conservatiever dan de generatie voor hun. Ze maken zich zorgen om de toekomst, zijn geïnformeerd en delen rode kaarten uit aan rokende zwangere vrouwen en ouders die hun kinderen niet in het gareel kunnen houden.
Tegenwoordig discussiëren jongeren met de generaties boven hen. Ouderen luisteren naar hun kinderen en kinderen luisteren naar hun ouders. Goede ideeën worden uitgewisseld. Daarom zijn sociale netwerken zo populair. Ervaringen zijn belangrijk (games moeten een actieve factor hebben). Self expression is the new entertainment, dankzij de generatie 'slash' én sociale netwerken! Voorspel de toekomst door ze zelf uit te vinden!
De (nieuwe) generatie. Generatie Einstein anders dan vorige generaties?
Annet Daems en Vicky Franssen (Media Expertise Centrum KHmechelen) hebben onderzoek gedaan naar het mediagebruik bij jongeren.
7 kenmerken van de generatie Einstein volgens Boschma & Groen:
- Mediasmart
- Professionele ontvangers
- Constant in contact met generatiegenoten
- Emotionele functie van media/middelen
- Verticale/hobby segmenten ipv horizontale/demografische
- Lezen én reageren: 2-richtingsverkeer
- Respect vor authenticiteit (echtheid, oprecht, gezag)
Het onderzoek was gericht op het consumeren van web 2.0 content en nieuws door jongeren en hun participatie (user generated content) daarin. Wat is hun seeding gedrag en niveau: share / send / comment / zelf content maken? Om antwoorden te krijgen op deze vragen hebben Daems en Franssen gebruik gemaakt van focusgroepen (studenten en scholieren uit Mechelen), interviews, literatuuronderzoek en enquêtes (jongeren en hun ouderen).
De conclusies:
- De generatie Einstein verschilt niet zo veel van de vorige generaties (hun ouders) wat betreft hun mening over gezag, hoe les krijgen en het consumeren van nieuws. Wel verschillen ze in hoe ze hun vrije tijd invullen en welke middelen ze tot hun beschikking hebben (eerdere generatie nemen deze middelen over van de generatie Einstein).
- Bij de jongeren is er ook nog een verschil tussen 18+ en 18-: 50 % van de 18+ jongeren consulteert nieuws en heeft daarbij voorkeur voor tv/internet maar ook via radio en wanneer ze zich vervelen via de krant, van de 18- jongeren consulteert maar 33% nieuws en dan alleen maar via de tv.
- Jongeren zijn over het algemeen tevreden over het nieuwsaanbod en vinden alle nieuwsgenres goed, al zijn de genres waarmee ze een persoonlijke link hebben het populairst (regionaal nieuws, nieuws gericht op hun hobby's, etc). Ze willen meer jongerennieuws (voor, maar niet door jongeren).
- Jongeren scannen ipv diepgraven en als ze toch meer willen weten lezen de samenvatting of willen ze de informatie wikipedia like wise, ze willen alleen feiten weten en zijn gericht op maatschappijrelevante zaken. Nieuws heeft voor jongeren een houdbaarheidsdatum. Ondanks de opkomst van mobiel willen jongeren geen nieuws via hun GSM consulteren. En jongeren stellen het niet op prijs als er humor wordt gebruikt bij ernstig nieuws.
- Jongeren zijn niet de 'prosumers' zoals gehoopt: ze kennen/gebruiken RSS niet, ze zullen niet betalen voor nieuws, ze multitasken switchend maar niet als er veel cogniitieve activiteit bij zit.
- Jongeren willen geen user generated content in het nieuws, ze hebben behoefte aan een gatekeeper. USG mag wel maar alleen als het om fun gaat (jongerensites / MSN / Facebook, maar hier mogen dan geen nieuws op getoond worden).
- Jongeren zijn wel vaker op het web 2.0 te vinden dan oudere generaties (wel evenveel internet en e-mail), maar ze zien zichzelf niet als de net-generatie (die zijn nog jonger?). Jongeren zijn zich wel bewust van hun digitale footprint/shadow.
- Seeding gedrag: jongeren vind de interactiviteit op het web wel moeilijk dus ze seeden niet (de 80/20 regel geldt ook bij jongeren wat betreft seeden). Jongeren zijn vooral lurkers. De informatie moet hapklaar zijn. Als ze toch seeden doen ze dat om zichzelf te verbeteren, om informatie te delen, ter ontspanning, om de dagelijkse sleur te ontvluchten of voor sociale omgang. De soorten seeding zijn tekst, andere media of metadata. Hoe jonger of hoger opgeleid, hoe meer seeden. Ook seeden meisjes meer dan jongens.
- Eigenaardigheden: online verlengde van offline, mix = cruciaal, jongeren online aanspreken op voor hen interessante offline evenementen (activiteiten, hobby's).
- Kan je jongeren bereiken met content? Richt je op hun leefwereld, focus je op je publiek en niet op de content. Maak je content leuk en aantrekkelijk en maak gebruik van een mediamix.
Daems en Franssen hadden niet genoeg tijd om hun hele verhaal te vertellen, dus verwezen ze voor alle resultaten naar hun presentatie en gaven ze ook nog een leestip!
(Onder)ZOEK(s)VAARDIGHEDEN van jongeren
Na een lekkere lunch (een heerlijke Vlaamse koude schotel) en een bezoekje aan de mediatheek gingen we verder met de presentatie van Annelies Raes (UGent) over zoekstrategieën van jongeren op internet.
De jongeren van vandaag: luieren, lezen, feesten, sporten, niet achter de computer vandaan te krijgen?
Eigenschappen van de net-generatie:
- Snel en ongeduldig
- Leren door doen
- Resultaatgericht
- Visueel ingesteld
- Multitaskers
- Sociaal & Interactief
- Verbonden & Mobiel
Maar zijn de jongeren van vandaag zo anders dan voorheen? Zijn ze werkelijk zo mediawijs en informatievaardig? En hoe kan onderwijs/vorming daarop inspelen? Op een interactieve manier (we mochten mee quizen) kwamen we achter de antwoorden op deze vragen.
Jongeren vinden zelf dat ze meerdere dingen tegelijk kunnen, ze vinden dat ze geen moeite hebben met concentreren bij het lezen van een lange stuk tekst, ze willen actief betrokken worden bij het leerproces. Jongeren lezen webpagina's nooit helemaal, ze zappen er doorheen en ze laten zich eerder leiden door afbeeldingen en minder dor tekst. Ze verwachten snel een antwoord terug als ze een e-mail of sms sturen. Ze geven aan dat internet hun afleidt van schoolwerk en ze hebben nood aan internet in hun vakantie.
Dus… zijn jongeren anders dan hun vorige generaties? Neen, het beeld dat auteurs zoals Prensky van de 'net-generatie' schetsen lijkt overdreven te zijn. De jeugd van tegenwoordig gebruikt – net als vorige generaties – de mediacultuur vooral om met vrienden te communiceren, naar zin en betekenis te zoeken, een eigen plaats te creëren in de samenleving en uiteraard om zich te ontspannen.
En zijn ze werkelijk zo mediawijs en informatievaardig? Jongeren hebben moeite met reflectie en kritisch denken, ze hebben een oppervlakkig en gering probleemoplossend vermogen en weinig metavaardigheden.
En hoe kan het onderwijs hierop inspelen? Door Web-based Collaborative Inquiry Learning toe te passen: geïntegreerd gebruik van ICT en internet, informatievaardigheden aanleren en samenwerkend leren.
iTunes U in KATHO
De laatste presentatie werd gegeven door Jos Libeert en Jos Panen van KATHO, de eerste Vlaamse onderwijsinstelling die materiaal aanbiedt via iTunes U (neen de U staat niet voor Universiteiten, maar voor U –> jij)!
Connectivisme
Basis van connectivisme:
- leren stopt niet bij de schooltaken
- informeel leren: community of practice, personal network, etc (als ik een probleem niet zelf kan oplossen, ga ik op zoek)
- leren is een continu proces
- technologie beïnvloedt onze hersens (geherprogrammeerd)
- individu leert, maar ook de organisatie an sich (congregaat van individuen)
- know how + know what = know where
- connetivisme is de vaardigheid om die bronnen te gaan zoeken die je nodig hebt (= vitale vaardigheid)
- leren is niet langer intern en individueel
- hoe mensen werken en functioneren is verandert door de nieuwe tools
Waarom iTunes U?
- 22% afstandsstudenten bij KATHO
- gebruik gsm (mobiel) is enorm toegenomen
- Enjoy learning —> Enjoy mobile devices –> Enjoy mobile learning –> Learn anytime, anywhere!
- wordt een noodzaak binnen het globale kennisnetwerken (er deel van uitmaken door iets terug te geven)
- studenten aanzetten tot het kijken over de haag (er zijn veel andere plaatsen waar je informatie kunt krijgen)
- het bedienen van meer leervormen
- ingaan op individuele mogelijkheden / functioneren –> podcasting maakt leren eenvoudiger voor studenten dyslexie (onderzoek: Podcasting & Mobile Learning: Can they Aid Social Inclusion for Students with Dyslexia?)
- Voordelen van iTunes U: consolidatie van platform voor studenten (iTunes is 100% gekend bij studenten), automatisch synchronisatie bij abonneren (push ipv pull), online en offline gebruik mogelijk, gratis en stabiel
- Bedenkingen bij iTunes U: Apple = commercieel (maar studenten kunnen hier wel mee omgaan en zijn reclame gewoon), privacy en rechten aspecten (zowel voor studenten, docenten en als de content), je hebt Apple hardware nodig voor het aanbieden van de content, er zijn al andere oplossingen: Blackboard, streaming services, didactische websites (maar iTunes U is een aanvullend platform)
Jos Panen gaf in zijn presentatie uitleg over de technische aspecten van iTunes U en hoe KATHO zijn content maakt en aanbiedt:
De dag werd afgesloten met een drankje en een prachtig uitzicht! Het was weer fijn om even een dagje tussen de Vlamingen te zijn
!