Let op: BiebmiepLeen weblog is verhuisd!

BiebmiepLeen weblog is verhuisd naar http://leenlief.web-log.nl en heet nu voortaan 2.0 drops!

Indien je via RSS geabonneerd was op BiebmiepLeen weblog, dit is de nieuwe feed:

http://feeds.feedburner.com/leenlief

Indien je via e-mail geabonneerd was op BiebmiepLeen weblog, geef je e-mailadres opnieuw op via volgende url:

http://feedburner.google.com/fb/a/mailverify?uri=leenlief&loc=en_US

29 September 2010
By on 12:48
Zomer(kust)tour

De vakantie is voorbij, school en werk zijn weer begonnen, tijd om even terug te kijken op die mooie zomer! Arian en ik hadden beiden 2 weken vakantie en omdat we nieuwe meubels hadden gekocht besloten we om qua vakantieactiviteiten te kiezen voor daguitstapjes in de regio (wat goedkoper dan een vliegreis :-) ). Het werd uiteindelijk een heuse zomer(kust)tour:

Kaartzomerkusttour 

Elk keer zijn we vertrokken vanuit ons appartementje (A).

Beeld en Geluid

Eigenlijk had ik met Jujuutje afgesproken om samen naar Beeld en Geluid (B) te gaan, maar toen ik hoorde dat zij zonder mij er heen ging, werd Arian het slachtoffer! Alhoewel, slachtoffer, hij heeft evenveel van het uitstapje genoten als ik! Beeld en geluid experience is namelijk echt een experience!  Toen we binnen kwamen was net het Media Parama bezig, dus gingen we geboeid in de witte stoeltje zitten, daarna hield de centrale show 'De wereld: een dorp' ons nog even op onze plaats, maar al snel begonnen onze voeten te trappelen om meer leuks te verkennen: zoals het doolhof De betovering vol trucage en special effects, waar ik heb getoverd met licht, en natuurlijk moest ik even kijken of ik wel mediawijs was… en ja hoor… ik ben een mediatopper :-) ! Na een paar uur pure belevenis hebben we nog even gelachen met de bloopers van 'Ter land, ter zee en in de lucht' en uitgerust in de Medialounge, terwijl kijkend naar de eerste aflevering van 'Goede tijden, slechte tijden' en andere archiefbeelden.      

DSC04987

Groningen / Friesland

Onze rondrit door Groningen en Friesland bracht ons in Groningen centrum (C), even wat shoppen natuurlijk. Daarna zijn we doorgereden naar Lauwersoog (D) om een lekker visje te eten en een strandwandeling te maken. We hebben onze strandwandeling voorgezet in Harlingen (E), bij de Stenen Man. En als laatste zijn we even in Stavoren (F) een kijkje gaan nemen op de plaats waar de treincrash heeft plaats gevonden.

Noord Holland

Noord Holland mocht ook niet ontbreken in onze zomer(kust)tour! Eerst zijn we naar Schagen gereden, waar we op het Rabo Popweekend uitkwamen. De muziek was wel leuk, maar het was ons iets te druk, dus zijn we naar de kust gereden en hebben we pootje gebaad in Sint Maartenszee (G) en Egmond aan Zee (H)!

West-Vlaanderen

Ondanks dat ik een Vlaming ben, heb ik Brugge (I) nog nooit echt goed bekeken, deze mooie Vlaamse stad stond dus hoog op ons 'nog eens naar toe gaan' – lijstje! Deze zomer(kust)tour was de ideale aangelegenheid hiervoor. We hebben geparkeerd op 't Zand bij het concertgebouw (een aanrader, niet duur en je bent onmiddellijk in het centrum van de stad) en hebben bij het toerismebureau (wat daar dus ook zit) onmiddellijk de stadgids gescoord. Van de vriendelijke jongedame aldaar kregen we de tip om de eerste stadswandeling in de gids te doen: 'Brugge, fiere Werelderfgoedstad', bij deze wandeling kom je de meeste bezienswaardigheden van Brugge tegen: de Sint-Salvatorskathedraal, het Belfort, De Burg, de Vismarkt en het Huidenvettersplein, de Rozenhoedkaai (waar we in een bootje zijn gestapt voor een rondvaart door de Brugse grachten), de Dijver, het Guido Gezelleplein, de Onthaalkerk -O.L.V., het begijnhof en Oud Sint-Jan. Het was een prachtige wandeling! 's Avonds zijn we naar Blankenberge (J) gereden (de kustplaats waar ik in mijn kindertijd altijd vakantie vierde) om de dag af te sluiten met wederom een strandwandeling.

Zeeland

Met onze voeten in het water in Westkapelle (K), een kopje thee drinken in Oostkapelle en via Veere weer naar huis.

Mary Poppins

Op 12 augustus verraste Arian mij naar aanleiding van ons 9 jaar samenzijn op kaartjes voor de musical Mary Poppins in het Circustheater in Scheveningen (L).

Het werd een heerlijke avond! Het circustheater is prachtig en we hadden geweldige plaatsen. Mary Poppins is een echte belevenis. Je weet niet waar je moet kijken, je wordt overdonderd. En tot onze grote verrassing werd die avond de rol van Mary vertolkt door Sophie Veldhuizen (zij was mijn favoriet tijdens het tv-programma Op zoek naar Mary Poppins). Ze deed het voortreffelijk! Mijn favoriete liedjes van de avond waren 'Elke Dag Een Fijne Dag' waarbij de beelden in het park tot leven kwamen en 'Stap Vooruit' met de geweldige tapdans van Bert (die avond werd deze rol volgens ons vertolkt door Martijn van Voskuijlen). Als aandenken hebben we het fotoboek en de cd gekocht. Die laatste is nu alweer helemaal plat gedraaid :-) !

Artis

De zomertour heb ik afgesloten met een bezoek aan Artis (M). Deze trip stond al heel lang op het programma: 2 mensen waarmee ik vorig jaar naar het IFLA congres in Milaan ben geweest zijn er namelijk vrijwilliger en hadden me al veel eerder uitgenodigd voor een rondleiding, maar nu is het er toch eindelijk van gekomen. Het was een hele tijd geleden dat ik in een dierentuin ben geweest (vroeger als kind was ik dol op de Zoo van Antwerpen), ik had dus echt wel zin om Artis te gaan verkennen! Ondanks het beetje regen werd het een leuk middagje! Bij elk dier kreeg ik een verhaaltje of uitleg, dat was erg leuk! Zo weet ik nu dat de zeeanemoon en de anemoonvis in symbiose leven, dat in het Minangkabause huis de zwarte kuifmakaken de anoas de baas zijn, dat Caesar af en toe wel eens een argeloze reiger te pakken krijgt en heb ik kennisgemaakt met de dartelende Jelani! Ik heb die dag jammer genoeg geen foto's genomen van de dieren, maar nadat ik heb ontdekt dat ik maar 2,5 euro inkom moet betalen, krijg ik zeker nog wel de kans om de prachtige dieren in Artis alsnog op de gevoelige plaat vast te leggen! Ondertussen geniet ik nog na van mijn eerste bezoek door het lezen van de portretten uit Artis in De Kuise Klauwaap!

13 September 2010
By on 17:03
Student 2.0

24 juni en 30 juni jongstleden was het zover: de afsluiting van 23 dingen in Xplora Breda en Den Bosch. Deze afsluitingen werden verzorgd door de projectgroep 23 dingen voor Avans en zij hadden er werk van gemaakt: leuke presentaties, heerlijk gebak, inspirerende discussies over hoe nu verder en natuurlijk het feestelijk in ontvangst nemen van de certificaten!

Op beide locaties mocht ik een presentatie verzorgen over de student 2.0:

Als inspiratie voor deze presentatie heb ik gebruik gemaakt van het boek over de generatie Einstein van Groen & Boschma en de Kennisnet-publicatie ‘Diversiteit in het gebruik van interactieve media onder jongeren‘. Daarnaast had ik de hulp ingeroepen van échte 2.0 studenten van Avans. In volgend filmpje hoor en lees je wat zij verstaan onder student 2.0, welke web 2.0 tools ze gebruiken en hun tips voor het onderwijs/Xplora:

Het was een leuke uitdaging om deze presentatie in elkaar te steken. 

Allereerst was het de eerste keer dat ik Prezi gebruikte voor een presentatie. Dat was wel even wennen, want het is een heel andere manier van presenteren dan met powerpoint. Toch is het me prima bevallen. Eens als je weet hoe het werkt is het een eenvoudig programma om mee te werken (maar is dat niet met alle software zo :-) )! Op de leerwiki staat een helder artikel over prezi met de voor- en nadelen van deze nieuwe presentatietool.

De studenten heb ik aangesproken via Twitter: van de 6 die ik had gecontacteerd heeft maar 1 student helemaal niet gereageerd en 3 hebben er dus meegedaan (en ze hadden maar een ruime week de tijd om te reageren en antwoord te geven op mijn vragen, dus dat vind ik erg knap van ze, ook omdat ze in tentamentijd zaten)! Uit de discussies in de bijeenkomsten kwam naar voren dat we verder willen met Twitter in Xplora en uit bovenstaande blijkt dat dit wel een goed plan is. Ik volgde deze studenten al een tijdje via Twitter en dit bewijst dat je via Twitter interactie met ze kunt aangaan en ze bereid zijn om effort te steken in Xplora.

Het volledige verslag van deze afsluitende bijeenkomsten en mijn persoonlijke evaluatie van het hele 23 dingen traject (ding 23) lees je op mijn 23 dingen blog.

18 August 2010
By on 14:35
Find the expert

Voor Informatie in organisaties moesten we een paper schrijven over een aan de literatuur gerelateerde onderwerp. Ik heb gekozen voor een praktisch onderwerp:

Het smoelenboek

De huidige trends voorspellen dat de organisaties van de toekomst waarschijnlijk structureel zullen lijken op de hedendaagse filmindustrie in tegenstelling tot de verticaal gestructureerde industrieën van gisteren. De uitdaging is om die experts te vinden die de deskundigheid hebben om zo een omvangrijk project als het maken van een kaskraker aan te kunnen en tot een succes te maken. Maar hoe pak je deze uitdaging aan? Hoe ga je op zoek naar de juiste experts die de job kunnen klaren? Waar moet een ‘smoelenboek’ of aanverwante systemen waarmee je op zoek kunt gaan naar experts aan voldoen? Functies, voor- en nadelen, problemen, gevolgen voor de organisatie, implementatie, etc. Wat met het zoeken naar experts op het web?

Literatuur

De letterlijke Engelse vertaling van smoelenboek is Facebook. Natuurlijk kom je, als je op Facebook zoekt, alleen maar verwijzingen tegen naar het sociale netwerk Facebook. Ook de vertaling who-is-who levert niet de gewenste resultaten op, daar who-is-who meestal verwijst naar domeinregistratie gerelateerde artikelen. Ik moest daarom inventiever zijn bij het zoeken van de gewenste artikelen. Ik ben dan ook eerst uitgegaan van “Personal Profiles”, dit leverde al meteen betere resultaten op. Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van “Expert profiles” en aanverwante termen (“Expertise profiles”, “Expert Finding”, etc.) voor het vinden van artikelen rond expert management.

Sinds de opkomst van het internet delen mensen ook informatie en kennis via het web en is het dus ook mogelijk om expertise via deze weg te vinden. Sociale netwerken, zoals Facebook en LinkedIn, verbinden mensen op vele, flexibele en nuttige manieren. Deze netwerken zijn dan ook ontstaan uit het fenomeen ‘smoelenboek’. Daarnaast zijn er door de ontwikkelingen op het web ook nieuwe zoekstrategieën en –systemen ontstaan die het vinden van mensen via hun expertise en interesses eenvoudiger en sneller maakt. Vandaar dat ik ook op zoek gegaan ben naar specifiek op deze materie gerichte artikelen: mensen vinden via sociale netwerken en semantische zoektechnieken.

  • Voelker, M. P. (2002). Find the Experts: How can organizations avoid making the same mistakes, solving the same problems and missing the same opportunities over and over again? By finding internal experts and leveraging their knowledge and experience. Transform Magazine. 11 (9), 22-31.
    In dit artikel legt Voelker uit wat expert management systemen zijn, hoe ze werken, hun voor- en nadelen en de kosten. Dit doet hij aan de hand van interviews met verschillende bedrijven die deze systemen aanbieden en bedrijven die deze systemen gebruiken.
  • Ackerman, M. S., Pipek, V., & Wulf, V. (2003). Sharing Expertise: Challenges for Technical Support. In Sharing expertise: Beyond knowledge management. Cambridge, Mass: MIT Press.
    Dit artikel vormt een hoofdstuk uit het boek ‘Sharing expertise: Beyond knowledge management”.
    Dit boek beschrijft een meer recente benadering van kennismanagement. ‘Sharing Expertise’ wijst op de menselijke aspecten – cognitieve, sociale, culturele en organisatorische – van kennismanagement, naast informatie opslaan en terugvinden. Het boek richt zich op de zelf georganiseerde activiteiten van de leden van de organisatie in plaats van op het management niveau van een organisatie. In dit betreffende hoofdstuk gaan de auteurs in op bepaalde veronderstellingen waarop de computer ondersteuning in kennis en expertise uitwisseling typisch is gebaseerd. Er wordt gekeken naar twee organisaties die de tegengestelde uiteinden van het organisatorische spectrum vertegenwoordigen en hoe hun interne activiteiten het verzamelen en delen van kennis, wat toch de sleutel van hun onderneming is, beletten.
  • Becerra-Fernandez, I. (2006). Searching for Experts on the Web: A Review of Contemporary Expertise Lokalisatie Systems. ACM Transactions on Internet Technology. 6(4), 333-355.
    Dit artikel geeft de rol van ontologieën en web mining technieken in de bouw en het onderhoud van expert profielen. Dit artikel bespreekt ook de ontwikkeling van de hedendaagse expertise lokalisatie kennis management systemen, en met name de uitvoering van twee van zulke systemen: de Searchable Answer Generating Engine (SAGE), en Expert Seeker. SAGE is een webbased expertise lokalisatie systeem, dat zoekt naar onderzoekers in universiteiten in Florida op basis van gespecificeerde criteria, met inbegrip van expertise in een specifiek domein. Expert Seeker's doel is om te zoeken naar deskundigen in een van de bekendste kennisintensieve organisaties, het National Aeronautics and Space Administration. Implementatie-details, de resultaten tot op heden en toekomstige plannen voor deze systemen worden ook gepresenteerd.
  • Casoto, P., Dattolo, A., Ferrara, F., Pudota, N., Omero, P., Tasso, C. (2008). Generating and sharing personal information spaces. In Proc. of the Workshop on Adaptation for the Social Web, 5th ACM Int. Conf. on Adaptive Hypermedia and Adaptive Web-Based Systems 2008 (pp. 14–23).
    Applicaties op basis van de Web 2.0 aanpak tonen verschillende beperkingen: kennis is meestal handmatig gegenereerd door gebruikers en kan niet worden gestructureerd en op effectieve manieren worden ingedeeld. Dit artikel presenteert een innovatieve architectuur, opgevat in termen van multi-agent systemen en gericht op het creëren, beheren en delen van persoonlijke informatieruimten. Data en kennis kan direct worden toegevoegd door de gebruikers, maar ook verzameld en gestructureerd met de steun van content retrieval, filtering en automatische tagging technieken. Conceptuele ruimtes organiseren persoonlijke informatieruimten gebruik makend van ZZ-structuren, een innovatief systeem van conventies voor data en computers. Deze ZZ-structuren zijn in staat om, door middel van een grafiekgerichte weergave, contextuele interconnecties te leggen tussen heterogene informatie.
  • Chua, S.J. (2007). Using Web 2.0 to Locate Expertise. In Proceedings of the 2007 conference of the center for advanced studies on Collaborative research (pp. 284-287).
    Het vinden van experts die kunnen helpen bij het oplossen van een probleem kan moeilijk en tijdrovend zijn. Handmatig onderhouden expert profielen zijn vaak verouderd. Expertise aanbevelingen op basis van prive-gegevens zoals e-mail zijn moeilijk te controleren. Intranet sociale computerdiensten, zoals internet (blogs), social bookmarking, en tagging kunnen helpen bij de opbouw van impliciete profielen voor het zoeken naar expertise met behulp van gegevens die zijn vastgelegd in de informele kennis management tools. Dit artikel bevat een metasearch tool die zoekt naar experts op basis van hun blogs, bookmarks en tags. De resultaten zijn gevisualiseerd volgens actualiteit, organisatie en geografische locatie. Een usability onderzoek toonde aan dat gebruikers zeer tevreden met de nieuwe tool, en ze zijn zelfs significant meer tevreden met de tool dan met hun bestaande technieken voor het vinden van experts.
  • Skeels, M.M., & Grudin, J. (2009). When Social Networks Cross Boundaries: A Case Study of Workplace Use of Facebook and LinkedIn. In Proceedings of the ACM 2009 International Conference on Supporting Group Work (pp. 95-104).
    Het gebruik van social networking software door professionals neemt spectaculair toe. Hoe het wordt gebruikt, of het de productiviteit nu verhoogt of vermindert, en hoe het ondernemingsvriendelijk ontwerp en het gebruik zal evolueren zijn open vragen. In dit artikel worden de houdingen en gedragingen in een grote, technologisch minded organisatie onderzocht door middel van een breed onderzoek en dertig gerichte interviews. Er werden uitgebreide sociale toepassingen en gebruik vastgesteld, met complexe patronen die van elkaar verschillen naargelang het software systeem en de leeftijd van de netwerker. Spanningen ontstaan wanneer het gebruik sociale groepen en de organisatie firewall overspant. Hoewel het gebruik voornamelijk is voor het ondersteunen van de zwakke banden waarvan de bijdrage aan de productiviteit moeilijk kan worden bewijzen, wordt een snelle acceptatie verwacht van social networking technologie door organisaties.
  • Robertson, S., & Reese, K. (1999). A virtual library for building community and sharing knowledge. International Journal of Human-Computer Studies. 51 (3).
    Bibliotheken zijn knooppunten voor sociale en intellectuele interacties in gemeenschappen en organisaties.Virtuele bibliotheken moeten hetzelfde doel dienen, maar richten zich vaak gewoon op het ontsluiten en doorzoekbaar maken van hun collectie. In dit artikel wordt een online corporatieve bibliotheek beschreven dat kennisdeling en community building bij de kern van haar ontwerp plaatst. De bibliotheek ondersteunt de persoonlijke websites die zichtbaar zijn voor de gehele organisatie. Persoonlijke actuele profielen gericht op de diensten van de bibliotheek voor onderzoek, informatievragen en collaboratief onderzoek bieden werknemers uitzicht op elkaars activiteiten en belangen. Deze informatie over onderzoeksvragen gesteld in alle onderdelen van de organisatie, biedt een unieke kijk op de doelen en activiteiten van de onderneming. Samenwerking en tools voor het verbinden van interesses helpen medewerkers om kennis te delen doorheen de organisatie en het vormen van ‘special interest’ gemeenschappen.

Conclusie

Choo geeft in zijn theorie en de modellen die hij gebruikt goed weer hoe organisaties informatie gebruiken om betekenis te geven, kennis te creëren en beslissingen te nemen. Hierbij geeft hij zeker ook aan welke factoren belangrijk zijn. Maar in zijn theorie en de modellen wordt geen oplossing gegeven om ervoor te zorgen dat de juiste mensen op het juiste moment worden gevonden. Doorheen zijn boek schets Choo wel tig situaties (zie hoofdstuk 1) waaruit blijkt hoe belangrijk het is om de juiste mensen bij elkaar te brengen.

In de artikelen worden oplossingen aangedragen voor dit probleem. Het eerste wat me opvalt bij deze oplossingen is dat ze allang niet meer de smoelenboeken zijn zoals ik ze ken. De ontwikkelingen gaan snel! Het probleem van het up to date houden van profielen wordt door alle oplossingen getakeld door het automatiseren van dit proces. Ook het indexeren en koppelen van de publicaties aan het profiel van de auteur draagt bij aan de rijkheid van de profielen én is ook een criteria voor kwaliteit (impact-factor tijdschriften). Expertise lokalisatie systemen zijn meer dan alleen maar zoekmachines: ze verschillen van elkaar in de relatieve waarde van de inhoud, met andere woorden de manier waarop de content wordt geïndexeerd en gerangschikt. Het gebruik van ontologieën en web mining kan zorgen voor een kwalitatieve onderscheiding op een fijnmazig niveau tussen expertise lokalisatie systemen en gewone zoekmachines. De combinatie van input van databases en input van de gebruikers en het systeem zo slim te maken dat ze leren van de gebruiker (zie de systemen in de artikelen ‘Generating and sharing personal information spaces’ en ‘A virtual library for building community and sharing knowledg’) komt de kwaliteit van het systeem ook ten goede! Toch blijven ook expertise lokalisatie systemen, net als zoekmachines, afhankelijk van de bronnen waaruit ze putten. Wanneer en in de organisatie nog geen goede content management wordt toegepast, heeft een expertise lokalisatie systeem nog niet veel zin.

De veronderstellingen die aangestipt worden in het artikel ‘Sharing Expertise: Challenges for Technical Support’ blijven issues die door de oplossingen aangedragen in de verschillende artikelen niet worden aangepakt:

  • Niet alle kennis binnen een organisatie is gedigitaliseerd
  • Classificatie blijft ondanks nieuwe technologieën zoals ontologieën en web mining een groot aandachtspunt, de informatie die vanuit verschillende databases en in verschillende formaten worden aangeleverd maken het des te moeilijker
  • Politieke en sociale structuren binnen de organisatiecultuur weerhouden medewerkers ervan om kennis te delen, de artikelen dragen geen oplossingen aan voor dit probleem
  • Mensen zijn vaak alleen bereid om informatie te delen op basis van inter-persoonlijke relaties, al maken sociale netwerken het wel makkelijker om deze relaties aan te houden

Sociale netwerken zijn het meest effectief bij het vormen van netwerken en connecties. Daarnaast neemt het gebruik ervan door professionals spectaculair toe. Er zijn echter wel spanningen die invloed hebben op het gebruik van sociale netwerksites in de werksfeer en deze kunnen niet zomaar worden weggenomen:

  • De legitimiteit van het gebruik van sociale netwerksites
  • Het mixen van persoonlijke en professionele personae
  • Spanningen door het doorkruisen van de hiërarchie (positie en bevoegdheden) in de organisatie
  • Spanningen over de openbaarmaking van vertrouwelijke informatie

Ook User generated content (weblogs, social bookmarking, tags) neemt toe en vormt een rijke bron aan informatie gekoppeld aan een persoon. Deze informatie moet zeker gebruikt worden bij het vullen van profielen. Maar de informatie die verzameld wordt (de totaliteit van de informatie) in experts profielen is van zo een vertrouwelijke aard, dat de noodzaak van een afgesloten (intern) systeem groot is!

Een belangrijke functie binnen experts lokalisatie systemen is het verbinden van mensen, maar uit de artikelen blijkt dat deze ontwikkeling nog in de kinderschoenen staat. Toch zijn de functies al wel degelijk aanwezig binnen de systemen die in de artikelen aan bod komen. Door het matchen van interesses, expert- en kennisgebieden kunnen personen aan elkaar gekoppeld worden. De teambuilder tool en de virtuele expertisecentra waar in het artikel ‘Searching for Experts on the Web: A Review of Contemporary Expertise Locator Systems’ over gesproken wordt zijn dan ook functies waarvan de meerwaarde al bij voorbaat is vastgesteld.

Tenslotte laat het artikel ‘A virtual library for building community and sharing knowledge’ duidelijk ziet dan de rol van de bibliotheek binnen een organisatie groot kan, en volgens mij moet, zijn bij het ontsluiten van expertise. De visie achter het systeem spreekt mij erg aan: bibliotheken vormen al het knooppunt van sociale en intellectuele interacties in organisaties, het is dan ook logisch dat de informatie uit deze interacties (onderzoeksvragen, literatuuronderzoek) ontsloten wordt voor heel de organisatie door middel van rijke persoonlijke websites van de medewerkers.

Mijn hele paper (ik heb de analyse en discussie weggelaten in dit bericht) kun je hier downloaden en hieronder vind je de bijhorende presentatie:

16 August 2010
By on 13:59
Bibliotheek 2.0

Als vervolg op het plaatje wat ik aan de hand van het artikel ‘What is Web 2.0” van O’Reilly gemaakt heb voor de kick-off bijeenkomst van 23 dingen, heb ik nu eenzelfde plaatje gemaakt voor ding 22, Bibliotheek 2.0:

Bibliotheek20

Dit plaatje (klik erop om het te vergroten) heb ik gemaakt aan de hand van de artikelen/filmpjes bij ding 22, aangevuld met mijn eigen snippets en blogberichten over bibliotheek 2.0.

De bibliothecaris 2.0 is veranderingsgericht

Bibliotheek 2.0 staat wat mij betreft vooral voor een houding. Deze houding wordt heel goed verwoord in A Librarian’s 2.0 Manifesto (ook uitgebeeld in een filmpje en vertaald in het Nederlands): openheid, nieuwsgierigheid, offensief, proactief en vooral veranderingsgericht en gebruikersgericht werken. De bibliothecaris 2.0 erkent dat de wereld en de bibliotheekgebruikers veranderen en verandert mee. Sterker nog, door zijn nieuwsgierigheid en proactiviteit, maakt hij integraal deel uit van het veranderingsproces, hij initieert veranderingen. Hij is niet alleen een trendspotter maar zou volgens mij ook een beetje een trendsetter moeten zijn, in ieder geval de spirit hebben om niet alleen trends te volgen maar ze dus ook te initiëren en bovenal te omarmen.

De bibliothecaris 2.0 is gebruikersgericht

Michael Stephens verwoord heel goed waartoe een bibliothecaris 2.0 in staat moet zijn. Hij zegt dat de toekomst van bibliotheken zal worden bepaald door de manier waarop gebruikers toegang hebben tot content en hoe ze die content consumeren en creëren. Content = communicatie en de bibliothecaris zal mee moeten communiceren wil hij überhaupt nog iets willen betekenen voor zijn gebruikers. Omdat informatie tegenwoordig zo eenvoudig toegankelijk is en de gebruiker zelfs zelf zijn eigen content eenvoudig aan al bestaande informatie kan toevoegen moeten we als bibliotheken samen op pad gaan met de gebruikers: “a librarian 2.0, then, is the strategy guide for helping users find information, gather knowledge and create content”. De bibliothecaris 2.0 is interactief, coacht, is transparant en deelt. Jan Klerk voegt hierbij in artikel 2 van zijn zesdelige reeks over bibliotheek 2.0 een treffende opmerking toe: de bibliothecaris 2.0 wil niet alleen maar klantgericht zijn, hij gaat heel direct en interactief samen met de gebruiker op pad.

Techno-harstocht in plaats van techno-aanbidding: technologie dient in de ogen van de bibliothecaris 2.0 slechts om communicatie, participatie, samenwerking en kennisdeling (de fundamenten van web 2.0) optimaal en op eenvoudige wijze te ondersteunen. Wat ik vooral belangrijk vind is dat je als bibliothecaris wel op de hoogte moet zijn van nieuwe tools en technologie, dat je daarbij vooral moet kijken naar functionaliteit, maar dat je ten slotte de keuze bij de gebruiker moet leggen. De gebruiker kiest zelf welke tool hij wel of juist niet wil gebruiken. Je kunt de gebruiker de voor- en nadelen laten zien van tools, maar je kunt ze niets opleggen. Doe je dat wel dan is de implementatie bij voorbaat mislukt. Het web 2.0 biedt bij uitstek al verschillende tools aan, biedt dus ook als bibliotheek verschillende tools (manieren om gebruik te maken van de diensten van de bibliotheek) aan zodat iedere gebruiker die tool kan kiezen waar hij/zij zich het prettigst mee voelt! Over dit soort gebruikersgerichtheid heb ik het ook in het interview dat onlangs van mij verschenen is in de Bibliotheek & Archiefgids.

De bibliotheek 2.0 gaat over personalisatie en integratie

In de filmpjes (deel 1 en deel 2) over de toekomst van mijnbibliotheek.nl komt het sterk naar voren: de bibliotheek 2.0 is gepersonaliseerd en geïntegreerd. Ook Jan Klerk gaat hierop in in zijn 5de artikel.

De bibliotheekwebsite (en ook de catalogus) wordt een persoonlijke gebruikerspagina. Straks gaat iedereen naar eenzelfde URL maar krijgen ze allemaal een andere website te zien, omdat de pagina informatie toont die alleen relevant is voor ieder individu apart. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het surfgedrag van mensen, de content die ze genereren en de feedback die ze geven.

Via widgets en api’s wordt de bibliotheek deel van het hele web 2.0 en het hele web 2.0 wordt deel van de bibliotheek. En het gaat daarbij natuurlijk niet alleen om de technologie. Bibliotheek 2.0 staat ook voor het verbinden van mensen, zowel online als offline (zie ambient awareness in artikel 4 van Jan Klerk en het interview met Karolien Selhorst).

De bibliothecaris 2.0 is een lifehacker en kennisdeler

In artikel 3 van de bilbiotheek 2.0-reeks geeft Jan Klerk aan dat de bibliothecaris 2.0 ook een lifehacker moet zijn. Ik ben het helemaal met hem eens. Probleemoplossend denken is een must have vaardigheid voor de bibliothecaris 2.0 in een wereld van ‘information overload’. Hierdoor wordt ook de uniciteit van iedere bibliothecaris 2.0 belangrijker. Dit komt naar voren in het citaat van Bart van der Meij uit De Digitale Bibliotheek: het is het persoonlijke deel van kennis van iedere medewerker wat maakt dat hij een unieke bijdrage kan leveren aan een organisatie, maar juist die persoonlijke kennis is moeilijk te managen door de enorme hoeveelheid informatie die een medewerker moet verwerken. Lifehacking is essentieel geworden. Kennisdeling ook. Karolien Selhorst legt hierop de nadruk in Bibliotheek 2.0: Een kijkje achter de schermen. In de bibliotheek van Vlissingen worden web 2.0 tools uitstekend ingezet om kennis en expetise te verzamelen en te ontsluiten en zo hun bijdrage leveren aan de onmisbare collectieve wisdom of crowds.

De bibliotheek 2.0 is een transparante bibliotheek

Transparantie is essentieel voor een bibliotheek 2.0. In artikel 4 legt Klerk op een treffende manier uit wat een transparante bibliotheek (en dus een bibliotheek 2.0) inhoudt:

Een transparante bibliotheek gaat over een transparant management dat in staat is om inzicht te verschaffen in het hoe en waarom van genomen beslissingen. Dat gaat over de manager die in staat is om op authentieke en menselijke manier vanuit zelfvertrouwen en met vertrouwen in de medewerkers leiding te geven, zonder zich al te nadrukkelijk als leider op de voorgrond te plaatsen. Dat gaat over bibliothecarissen 2.0 die in de geest van Michael Stephens’ Librarian 2.0 kennis durven en kunnen delen met professionals én het publiek. Dat gaat over bibliotheken die onderling verbanden aangaan om samen met het publiek nieuwe diensten te ontwikkelen. Dat gaat over bibliotheken waar medewerkers en management elkaar serieus nemen en waar de bibliotheek haar publiek serieus laat participeren in de verdere ontwikkelingen. Dat gaat over bibliotheken die zich slim en met vertrouwen in de sociale netwerken profileren met relevante diensten. Dat gaat ook over bibliothecarissen die hun klanten leren hoe ze verantwoord en legaal content kunnen creëren en delen met anderen.

Kortom, bibliotheek 2.0 moet tussen je oren zitten

Bibliotheek 2.0 voelt voor sommige bibliotheken  nog onwennig aan, als het leren van een nieuwe taal. Waar te beginnen? Het begint met het besef dat een goede doordachte ‘strategie’ essentieel is. Natuurlijk is het goed om te experimenteren en gewoon zomaar te beginnen. Het is voor elke zichzelf respecterende bibliotheek zelfs een voorwaarde, maar als je als bibliotheek echt 2.0 wilt worden is er behoefte aan een ‘strategie’. Dit hoeft geen langdurig proces te zijn, maar het niet doen leidt maar zelden tot succes. Kortom, bibliotheek 2.0 moet tussen je oren zitten, bedrijfspolicy zijn en het mag niet verworden tot gadget.

Tot zover mijn betoog :-) !

PS: Wat me opviel tijdens het doornemen van alle bronnen en het schrijven is dat bovenstaand betoog gaat over een gedachtegoed dat universeel is. In het plaatje (en in mijn betoog) kan je bibliotheek vervangen door elk andere organisatie/bedrijf/beroepsgroep en er verandert niet zoveel naar mijn gevoel. 2.0 staat dan ook voor een veranderende wereld: de wereld verandert, dus de bibliotheek (en al de rest) ook.

Dit bericht is integraal overgenomen uit mijn 23 dingen blog.

12 August 2010
By on 12:40
Ik heb het beste van beide werelden

In februari van dit jaar kwamen er 2 Belgische collega’s op bezoek in Xplora om mij te interviewen voor de Bibliotheek & Archiefgids (het vakblad van de VVBAD): Stijn Meersseman (Arteveldehogeschool) en Dirk Desaever (Plantijn Hogeschool). Ook Myriam Lemmens (Provinciale Hogeschool Limburg) was er bij (zij heeft me nog begeleid bij het schrijven van mijn scriptie voor de opleiding Graduaat Bibliotheekwezen).

Het werd een zeer geanimeerd gesprek over uiteenlopende onderwerpen. Eerst en vooral over de opleidingen (dat was de eerste insteek van het interview). Omdat ik zowel in België als in Nederland bibliotheekgerelateerde opleidingen heb genoten kon ik natuurlijk een vergelijking maken en tot de conclusie komen dat ik het beste van beide werelden heb genoten. Maar daarnaast hebben we ook gesproken over Xplora, web & bibliotheek 2.0, samenwerking over de grenzen heen en privacy-issues.

Stijn en Dirk hebben ons gesprek vakkundig omgezet in een prachtig artikel dat in het recentste nummer van Bibliotheek & Archiefgids is gepubliceerd. Ik mag het artikel nu ook integraal op mijn blog plaatsen (met dank aan de VVBAD). Klik op de afbeelding hieronder om het hele artikel te lezen.

Artikel Bibliotheek & Archiefgids

28 July 2010
By on 08:15
Workshop Firefox

Ook in de laatste terugblik-bijeenkomst van 23 dingen Xplora Den Bosch hebben we gediscussieerd over de dingen die we de afgelopen weken hadden doorlopen: podcasts (in de officiële versie van 23 dingen is podcast vervangen door Google maps en Google Street View), YouTube, speeltijd, LibraryThing, sociale netwerken en online muziek. Door tijdgebrek had ik deze keer geen presentatie ineen gestoken, maar niettemin passeerden er toch heel wat tips, opmerkingen en suggesties de revue. Zo kwamen Ted Talks en iTunes U aan bod en legden we een nadeel van het gebruik van YouTube filmpjes bloot: filmpjes van een ander die je gebruikt in je instructies, kunnen na een tijd verdwijnen van YouTube. Bleek ding 17 voor velen 1 ding te veel te zijn maar waren we allemaal op 1 na razend enthousiast van LibraryThing en die ene persoon ging ook overstag toen ze hoorde dat ze leuke lijstjes kan maken via het taggen van boeken: gekregen op mijn verjaardag, gelezen op mijn vakantie in Frankrijk, etc. We vinden sociale netwerken belangrijk om in communicatie te treden met onze gebruikers. Het verhaal van Dell en Jarvis (uit het boek “Wat zou google doen”) geeft aan dat we hierdoor de opinie rond Xplora mee kunnen vormen. Last.fm, Blip.fm en Spotify zijn er vooral voor de fun. Omdat we geen muziekcollectie hebben is de toepassing voor Xplora bij dit ding niet aanwezig.

Na het doornemen van de dingen heb ik ook nog een workshop Firefox gegeven. De meerwaarde in het gebruik van Firefox is dat je deze browser helemaal kunt personaliseren, kunt inrichten naar je eigen wensen. Dit gaat via de Firefox add-ons, externe plugins/toepassingen die je kunt installeren in Firefox. In de handleiding die ik gemaakt heb voor deze workshop geef ik een overzicht van bruikbare add-ons. De link met 23 dingen is makkelijk gelegd want met de add-ons kun je vele 23 dingen (zoals sociale netwerken, delicious, RSS-reader, etc) direct integreren in je browser. Wat de meerwaarde is van Firefox voor informatieprofessionals legt Gerard Bierens uit in zijn artikel Zoeken, vinden, vastleggen (verschenen in Digitale Bibliotheek, nr. 6, 2009).

20 July 2010
By on 08:50
Boatreiske mei de Freonen fan Omrop Fryslân

Mijn schoonmoeder is een Friezin en natuurlijk lid van omroep Friesland! Het leek haar wel leuk om mee te gaan met 1 van hun uitstapjes, dus 2 juni jongstleden reden we naar Earnewâld voor een dagje varen! Het weer hadden we in ieder geval mee! 

Nationaal Park De Alde Feanen

Earnewâld ligt midden in een bijzonder rijk en uniek natuurgebied. Dit gebied bestaat uit twee delen, het Princenhof en de Oude Venen.’De Alde Feanen’ is een waterrijk natuurgebied dat ook goed toegankelijk is voor niet al te grote schepen. Dus wij gingen op pad met de Marprinses.

De Alde Feanen is een aaneengesloten laagveenmoerascomplex met een totale oppervlakte van ca. 2500 hectare, waarvan ruim 1500 hectare in eigendom en beheer is van It Fryske Gea. Het gebied bestaat voornamelijk uit meren, veenplassen, petgaten, rietlanden, schraallanden, ruigten, struwelen en moerasbossen. Ook komen er trilvenen, veenmosrietlanden, blauwgraslanden en dotterbloemhooilanden voor. De laatst genoemde landschapstypen zijn landelijk gezien zeldzaam en worden in hun voortbestaan bedreigd. Laagveenmoerassen worden tot de rijkste en meest gevarieerde natuurgebieden van Noordwest-Europa gerekend. De soortenrijkdom van planten en dieren is er bijzonder groot, zo ook in De Alde Feanen. Zo komen er in De Alde Feanen zo’n 450 verschillende plantensoorten voor. Dat is meer dan de helft van alle in Fryslân voorkomende plantensoorten. Door de ligging en variatie is De Alde Feanen enorm belangrijk voor water-, moeras- en weidevogels. In het zomerhalfjaar broeden er veel vogels. Tot nu toe zijn er meer dan 100 soorten waargenomen. Het natte gebied is een onmisbare pleisterplaats voor tal van doortrekkers en wintergasten. Kenmerkend voor De Alde Feanen zijn de wijde plassen en de intieme vaarten en doorgangen. Bijna alle wateren getuigen van de vroegere verveningsaktiviteiten; in sommige waterlopen is nog de situatie van voor de vervening te herkennen. Het gezicht van De Alde Feanen wordt voor een belangrijk deel bepaald door rietland. De Alde Feanen heeft sinds 2006 de status van ‘Nationaal Park’ en is daarmee het twintigste Nationaal Park in Nederland en tevens het laatste. Uitgebreide informatie over Nationaal Park “De Alde Feanen” vind je op www.dealdefeanen.nl.

Bron: http://www.earnewald.nl/nationaal-park-de-alde-feanen

Tijdens de tocht meerden we aan bij het bezoekercentrum waar we nog meer informatie kregen over het natuurgebied en de ontstaansgeschiedenis, de flora en fauna, het beheer en de recreatie ervan. Dit alles wordt op een belevende en interactieve manier gepresenteerd. Daarnaast waren er verschillende exposities waaronder een aantal mooie foto-tentoonstellingen. 

Bron: http://www.dealdefeanen.nl/

Frysk Lânbou Museum

In het bezoekerscentrum bevindt zich ook het Friese landbouwmuseum. Dit museum heeft een waardevolle en uitgebreide collectie historische voorwerpen uit de landbouwgeschiedenis. De bezoeker maakt op een levendige manier kennis met 2000 jaar agrarische geschiedenis van Fryslân, en ziet de leef, werk en woonomstandigheden van een boerengezin tijdens verschillende perioden, zoals de terpentijd, de periode rondom 1870 en voor en na de oorlog. Hoe hielden onze voorouders het hoofd (soms letterlijk) boven water, hoe gingen ze te werk en wat voor problemen kwamen ze tegen in hun strijd een bestaan op te bouwen, zijn de sleutelvragen die vorm geven aan de inrichting van het museum. Ook is er een gedeelte van het museum ingericht voor wisselexposities. De geïnteresseerde bezoeker kan zich in de bibliotheek verder verdiepen in de geschiedenis van het platteland.

Bron: http://www.ertussenuit.com/details/449.htm

Hieronder vind je de foto’s die we tijdens deze leuke zomerse dag hebben gemaakt:

19 July 2010
By on 13:17
VVBAD studiedag ‘De nieuwe gebruiker’

Het is al even geleden dat ik naar de VVBAD studiedag 'De nieuwe gebruiker' ben geweest, maar ik vind weer nu pas tijd om mijn notities van die dag uit te werken! Het was nochtans een heel interessante dag op een heel mooie locatie!

De studiedag werd geopend door Guido Galle, directeur onderwijs- en studentenbeleid Arteveldehogeschool. Hij gaf antwoord op 3 vragen:

  1. Waar bent u nu?
    Op de nieuwe campus Kantienberg van de Arteveldehogeschool!
  2. Wanneer noemt men iets nieuw?
    Nieuw is dat waar over wordt gepraat, waar de aandacht wordt op gevestigd (ook al is het geen nieuw fenomeen).
  3. Waarom hou ik van bibliothecarissen?
    Bibliothecarissen hebben passie voor kennis, ontsluiting en informatiebemiddeling en ik hou van ze om hun liefde voor studenten. Nieuwsgierigheid stuurt bibliothecarissen op pad!

Diversiteit in het hoger onderwijs

In de eerste presentatie van de dag focuste Jasper Delanoy (Vlaamse Hogescholenraad) op de gewijzigde samenstelling van de studentenpopulatie in het hoger onderwijs, o.a. aan de hand van statistisch materiaal (studentenmonitor 2009 van de Vlaamse Overheid gecombineerd met gegevens van VLHORA).

De uitdagingen voor het Vlaamse hoger onderwijs liggen in flexibilisering, democratisering, hervorming hoger onderwijs, levenslang leren en internationalisering. Studenten hebben nood aan een flexibelere infrastructuur, 24/24 toegang, afstandleren (over de instelling/associatie heen) en een sociaal beleid (afstemmen op functiebeperking, niveau en taal van de student). Het Vlaamse hoger onderwijs krijgt in de toekomst te maken met veel meer doelgroepen en internationale studenten en met een nieuwe studentenattitude. Voor de cijfers die bovenstaand besluit onderbouwen verwijs ik naar de hele presentatie:

Jongeren en hun cultuur

Het is bewezen dat optimisten 7,5 jaar langer leven dan pessimisten, vrouwen 4,5 jaar langer dan mannen en Limburgers 1 jaar langer dan de rest van Vlaanderen. Een Limburgse optimistische vrouw (zoals ik :-) oorspronkelijk ) leeft dus 13 jaar langer dan een pessimistische West-Vlaamse man! Natuurlijk klopt dit niet helemaal, maar zelfbedrog is ook een levensstrategie! Met dit verhaal begon trendwatcher Herman Konings zijn presentatie.

The rate of change changes

De snelheid van verandering verandert, de mens zelf verandert per definitie. De laatste 10 jaar hebben de grootste veranderingen in de geschiedenis plaatsgevonden. Er zijn dan ook een groter aantal wetenschappers dan ooit die de wereld zijn aan 't creëren. Er vindt een technologische innovatie plaats (de millenniumbug was een hype voor de ICT industrie) en de 21ste eeuw kenmerkt zich als de eeuw van web 2.0 en mobiel. Konings adviseert ons dan ook de consument niet te vragen wat ze in de toekomst gaan doen,want dat kunnen ze toch niet weten. In 2000 was 64% van de consument afwijzend wat betreft het gebruik van een mobieltje, toen had 32% een mobiel in bezit. In 2003 was dat al 68% en nu in 2010 heeft 93% een mobiele telefoon (meer kan niet)! Mensen passen zich dus aan aan wat ze aanvankelijk niet kennen!

Product van het jaar

Ieder jaar mag de Vlaamse consument het product van het afgelopen jaar selecteren:

  • 2003 –> iPod
  • 2004 –> Senseo
  • 2005 –> Google
  • 2006 –> TomTom
  • 2007 –> iPhone
  • 2008 –> Obama
  • 2009 –> Kai Mook

Opvallend aan de lijst is dat het eerst werd gedomineerd door technologische producten. De iPhone werd uitgeroepen tot het product van 2007 terwijl die pas in 2008 officieel is gelanceerd in België. In 2008 begon de economische crisis en Obama ga ons hoop met zijn slogan 'Yes we can'! Geen technologische producten meer want die zijn ondertussen 'gewoon' geworden. Dit is ook het gevolg van de inzet van sociale netwerken, hierdoor zijn meer jongeren gaan stemmen op het product van het jaar. Digitale samenleving = digitale zuurstof voor hen, dus technologische producten zijn 'normaal', zij hebben juist behoefte aan niet-technologische 'voorbeelden'. Kai Mook was dan ook een logische opvolger van Obama, omdat er maar heel weinig mensen ooit van dit kleine olifantje zouden hebben gehoord als er geen sociale netwerken waren geweest!

Babybooming business

  • Millenium kids –> 0 – 9 jaar
  • Sunshine teens –> 10 – 19 jaar
  • Generatie 'slash' –> 20 – 29 jaar
  • Generatie 'kloof' –> 30 – 44 jaar
  • Babybloomers –> 45 – 54 jaar
  • Front end boomers –> 55 – 64 jaar
  • Buffer boomers –> 65 – 69 jaar
  • Stille generatie –> 70 – 79 jaar
  • Stoïcijnse generatie –> + 80 jaar

In 1975 bestond 40% van de 'industrie' uit kennis en diensten, nu is dat 70%. De 30-ers van nu hebben 7 uur minder vrije tijd per week dan de 30-ers van 35 jaar geleden. De kinderen van 30-ers van nu, de digital aboriginals / digital natives (-14 jaar) moeten dus meer zelfredzaam zijn en hun puberteit komt eerder. Konings adviseert dan ook dat kinderen al op jongere leeftijd naar het hoger onderwijs moeten (in België kunnen jongeren vanaf 18 jaar naar het hoger onderwijs, in Nederland is dat voor sommigen al 16/17 jaar) en dat de kinderen ook 'analoge zuurstof' tot zich moeten krijgen, niet alleen maar 'digitale'! Er is te weinig binding tussen ouders en kinderen. Toch zie je dat ouders zich daar wel bewust van zijn: voorleesboeken en Pipi Langkous (co-viewing, zowel ouders als kinderen kennen haar) zijn tegenwoordig weer populair om die binding te krijgen en dit ondanks / dankzij gebrek aan tijd. 

Het 'aanstekelijke' tijdperk dankzij de generatie 'slash'

We noemen de 20- tot 29 jarigen generatie 'slash' omdat hun visitekaartje wordt gekenmerkt door de vele functies (gemiddeld 7, met een slash ertussen). 

jeugdbeweging / band / ontwerper / sport / school / werk / etc.

Mensen willen in de realiteit iets betekenen en worden via sociale netwerken gesensibiliseerd en beïnvloed. De generatie 'slash' werden daarnaast in hun tienertijd gerust gelaten door hun ouders. Ze hebben dus voldoende tijd, geld en ruimte en bezitten een heel repertoire aan verschillende identiteiten (voortdurend aanpassen aan omstandigheden = normaal), ze zijn mondig en mobiel en ook conservatiever dan de generatie voor hun. Ze maken zich zorgen om de toekomst, zijn geïnformeerd en delen rode kaarten uit aan rokende zwangere vrouwen en ouders die hun kinderen niet in het gareel kunnen houden.

Tegenwoordig discussiëren jongeren met de generaties boven hen. Ouderen luisteren naar hun kinderen en kinderen luisteren naar hun ouders. Goede ideeën worden uitgewisseld. Daarom zijn sociale netwerken zo populair. Ervaringen zijn belangrijk (games moeten een actieve factor hebben). Self expression is the new entertainment, dankzij de generatie 'slash' én sociale netwerken! Voorspel de toekomst door ze zelf uit te vinden!

De (nieuwe) generatie. Generatie Einstein anders dan vorige generaties?

Annet Daems en Vicky Franssen (Media Expertise Centrum KHmechelen) hebben onderzoek gedaan naar het mediagebruik bij jongeren.

7 kenmerken van de generatie Einstein volgens Boschma & Groen:

  1. Mediasmart
  2. Professionele ontvangers
  3. Constant in contact met generatiegenoten
  4. Emotionele functie van media/middelen
  5. Verticale/hobby segmenten ipv horizontale/demografische
  6. Lezen én reageren: 2-richtingsverkeer
  7. Respect vor authenticiteit (echtheid, oprecht, gezag)

Het onderzoek was gericht op het consumeren van web 2.0 content en nieuws door jongeren en hun participatie (user generated content) daarin. Wat is hun seeding gedrag en niveau: share / send / comment / zelf content maken? Om antwoorden te krijgen op deze vragen hebben Daems en Franssen gebruik gemaakt van focusgroepen (studenten en scholieren uit Mechelen), interviews, literatuuronderzoek en enquêtes (jongeren en hun ouderen).

De conclusies:

  • De generatie Einstein verschilt niet zo veel van de vorige generaties (hun ouders) wat betreft hun mening over gezag, hoe les krijgen en het consumeren van nieuws. Wel verschillen ze in hoe ze hun vrije tijd invullen en welke middelen ze tot hun beschikking hebben (eerdere generatie nemen deze middelen over van de generatie Einstein). 
  • Bij de jongeren is er ook nog een verschil tussen 18+ en 18-: 50 % van de 18+ jongeren consulteert nieuws en heeft daarbij voorkeur voor tv/internet maar ook via radio en wanneer ze zich vervelen via de krant, van de 18- jongeren consulteert maar 33% nieuws en dan alleen maar via de tv.
  • Jongeren zijn over het algemeen tevreden over het nieuwsaanbod en vinden alle nieuwsgenres goed, al zijn de genres waarmee ze een persoonlijke link hebben het populairst (regionaal nieuws, nieuws gericht op hun hobby's, etc). Ze willen meer jongerennieuws (voor, maar niet door jongeren).
  • Jongeren scannen ipv diepgraven en als ze toch meer willen weten lezen de samenvatting of willen ze de informatie wikipedia like wise, ze willen alleen feiten weten en zijn gericht op maatschappijrelevante zaken. Nieuws heeft voor jongeren een houdbaarheidsdatum. Ondanks de opkomst van mobiel willen jongeren geen nieuws via hun GSM consulteren. En jongeren stellen het niet op prijs als er humor wordt gebruikt bij ernstig nieuws.
  • Jongeren zijn niet de 'prosumers' zoals gehoopt: ze kennen/gebruiken RSS niet, ze zullen niet betalen voor nieuws, ze multitasken switchend maar niet als er veel cogniitieve activiteit bij zit. 
  • Jongeren willen geen user generated content in het nieuws, ze hebben behoefte aan een gatekeeper. USG mag wel maar alleen als het om fun gaat (jongerensites / MSN / Facebook, maar hier mogen dan geen nieuws op getoond worden).
  • Jongeren zijn wel vaker op het web 2.0 te vinden dan oudere generaties (wel evenveel internet en e-mail), maar ze zien zichzelf niet als de net-generatie (die zijn nog jonger?). Jongeren zijn zich wel bewust van hun digitale footprint/shadow.
  • Seeding gedrag: jongeren vind de interactiviteit op het web wel moeilijk dus ze seeden niet (de 80/20 regel geldt ook bij jongeren wat betreft seeden).  Jongeren zijn vooral lurkers. De informatie moet hapklaar zijn. Als ze toch seeden doen ze dat om zichzelf te verbeteren, om informatie te delen, ter ontspanning, om de dagelijkse sleur te ontvluchten of voor sociale omgang. De soorten seeding zijn tekst, andere media of metadata. Hoe jonger of hoger opgeleid, hoe meer seeden. Ook seeden meisjes meer dan jongens.
  • Eigenaardigheden: online verlengde van offline, mix = cruciaal, jongeren online aanspreken op voor hen interessante offline evenementen (activiteiten, hobby's).
  • Kan je jongeren bereiken met content? Richt je op hun leefwereld, focus je op je publiek en niet op de content. Maak je content leuk en aantrekkelijk en maak gebruik van een mediamix.

Daems en Franssen hadden niet genoeg tijd om hun hele verhaal te vertellen, dus verwezen ze voor alle resultaten naar hun presentatie en gaven ze ook nog een leestip!

(Onder)ZOEK(s)VAARDIGHEDEN van jongeren

Na een lekkere lunch (een heerlijke Vlaamse koude schotel) en een bezoekje aan de mediatheek gingen we verder met de presentatie van Annelies Raes (UGent) over zoekstrategieën van jongeren op internet. 

De jongeren van vandaag: luieren, lezen, feesten, sporten, niet achter de computer vandaan te krijgen?

Eigenschappen van de net-generatie:

  1. Snel en ongeduldig
  2. Leren door doen
  3. Resultaatgericht
  4. Visueel ingesteld
  5. Multitaskers
  6. Sociaal & Interactief
  7. Verbonden & Mobiel

Maar zijn de jongeren van vandaag zo anders dan voorheen? Zijn ze werkelijk zo mediawijs en informatievaardig? En hoe kan onderwijs/vorming daarop inspelen? Op een interactieve manier (we mochten mee quizen) kwamen we achter de antwoorden op deze vragen.

Jongeren vinden zelf dat ze meerdere dingen tegelijk kunnen, ze vinden dat ze geen moeite hebben met concentreren bij het lezen van een lange stuk tekst, ze willen actief betrokken worden bij het leerproces. Jongeren lezen webpagina's nooit helemaal, ze zappen er doorheen en ze laten zich eerder leiden door afbeeldingen en minder dor tekst. Ze verwachten snel een antwoord terug als ze een e-mail of sms sturen. Ze geven aan dat internet hun afleidt van schoolwerk en ze hebben nood aan internet in hun vakantie.

Dus… zijn jongeren anders dan hun vorige generaties? Neen, het beeld dat auteurs zoals Prensky van de 'net-generatie' schetsen lijkt overdreven te zijn. De jeugd van tegenwoordig gebruikt – net als vorige generaties – de mediacultuur vooral om met vrienden te communiceren, naar zin en betekenis te zoeken, een eigen plaats te creëren in de samenleving en uiteraard om zich te ontspannen.

En zijn ze werkelijk zo mediawijs en informatievaardig? Jongeren hebben moeite met reflectie en kritisch denken, ze hebben een oppervlakkig en gering probleemoplossend vermogen en weinig metavaardigheden.

En hoe kan het onderwijs hierop inspelen? Door Web-based Collaborative Inquiry Learning toe te passen: geïntegreerd gebruik van ICT en internet, informatievaardigheden aanleren en samenwerkend leren.

iTunes U in KATHO

De laatste presentatie werd gegeven door Jos Libeert en Jos Panen van KATHO, de eerste Vlaamse onderwijsinstelling die materiaal aanbiedt via iTunes U (neen de U staat niet voor Universiteiten, maar voor U –> jij)! 

Connectivisme

Basis van connectivisme:

  • leren stopt niet bij de schooltaken
  • informeel leren: community of practice, personal network, etc (als ik een probleem niet zelf kan oplossen, ga ik op zoek)
  • leren is een continu proces
  • technologie beïnvloedt onze hersens (geherprogrammeerd)
  • individu leert, maar ook de organisatie an sich (congregaat van individuen) 
  • know how + know what = know where
  • connetivisme is de vaardigheid om die bronnen te gaan zoeken die je nodig hebt (= vitale vaardigheid)
  • leren is niet langer intern en individueel
  • hoe mensen werken en functioneren is verandert door de nieuwe tools

Waarom iTunes U?

  • 22% afstandsstudenten bij KATHO
  • gebruik gsm (mobiel) is enorm toegenomen
  • Enjoy learning —> Enjoy mobile devices –> Enjoy mobile learning –> Learn anytime, anywhere!
  • wordt een noodzaak binnen het globale kennisnetwerken (er deel van uitmaken door iets terug te geven)
  • studenten aanzetten tot het kijken over de haag (er zijn veel andere plaatsen waar je informatie kunt krijgen)
  • het bedienen van meer leervormen
  • ingaan op individuele mogelijkheden / functioneren –> podcasting maakt leren eenvoudiger voor studenten dyslexie (onderzoek: Podcasting & Mobile Learning: Can they Aid Social Inclusion for Students with Dyslexia?)
  • Voordelen van iTunes U: consolidatie van platform voor studenten (iTunes is 100% gekend bij studenten), automatisch synchronisatie bij abonneren (push ipv pull), online en offline gebruik mogelijk, gratis en stabiel
  • Bedenkingen bij iTunes U: Apple = commercieel (maar studenten kunnen hier wel mee omgaan en zijn reclame gewoon), privacy en rechten aspecten (zowel voor studenten, docenten en als de content), je hebt Apple hardware nodig voor het aanbieden van de content, er zijn al andere oplossingen: Blackboard, streaming services, didactische websites (maar iTunes U is een aanvullend platform)

Jos Panen gaf in zijn presentatie uitleg over de technische aspecten van iTunes U en hoe KATHO zijn content maakt en aanbiedt:

De dag werd afgesloten met een drankje en een prachtig uitzicht! Het was weer fijn om even een dagje tussen de Vlamingen te zijn :-) !

5 July 2010
By on 12:57
Het Information Seeking Behavior Model

Het schooljaar zit er bijna op, dus ook het schakelprogramma dat ik moet volgen om toegang te krijgen tot de master Culturele Informatiewetenschap. De module die ik dit semester gevolgd heb ging over informatie in organisaties. Over het boek dat we tijdens deze module hebben bestudeerd wil ik het in dit berichtje hebben.

Ko2coverThe Knowing Organization : How Organizations Use Information to Construct Meaning, Create Knowledge, and Make Decisions / Chun Wei Choo

Het boek integreert nieuw onderzoek en voorbeelden in het brede terrein van gedrag in organisaties en informatiemanagement. Het doel van Choo is een overzicht en synthese te brengen over dit terrein. Choo kijkt naar de manier waarop organisaties zich gedragen als informatie-zoekende, informatie-creërende en informatie-gebruikende communities en introduceert een geïntegreerd model dat toont hoe organisaties betekenis, kennis en actie creëren. Het boek biedt zo een model van hoe organisaties strategisch gebruik maken van informatie om zich aan veranderingen van buitenaf aan te passen en interne groei te bevorderen. Het model onderzoekt hoe mensen en groepen binnen organisaties informatie gebruiken om een identiteit en een gedeelde context voor actie en reflectie te creëren, voor het ontwikkelen van nieuwe kennis en nieuwe mogelijkheden, en om beslissingen te nemen waardoor middelen en mogelijkheden worden geëngageerd om doelgericht actie te plegen. Het boek bevat hoofdstukken over informatie-storingen, organisatorisch leren, het creëren van kennis en informatie-zoekgedrag.

Het Information Seeking Behavior Model

Afbeelding1

In het geïntegreerde model ‘Information-Seeking Behavior’ van Choo worden de drie activiteiten weergegeven waaruit het zoeken naar informatie bestaat: het herkennen van informatiebehoeften , het zoeken naar informatie en het gebruiken van informatie (3 driehoeken).

Volgens het model ervaart iemand een informatiebehoefte wanneer hij hiaten waarneemt in zijn kennis of in zijn vermogen om aan iets betekenis te geven.

Cognitieve lacunes, onzekerheid, stress en de context van problemen zijn factoren die het ervaren van informatiebehoeften kunnen beïnvloeden.

Het ervaren van een informatiebehoefte lijdt niet altijd tot het zoeken naar informatie. Diegene die een informatiebehoefte ervaart, kan daar op 3 manieren op reageren:

  1. Hij kan het probleem of de situatie van waaruit de informatiebehoefte is ontstaan negeren
  2. Hij kan gebruik maken van zijn eigen kennis om het probleem op te lossen, zodat het niet nodig is om naar informatie te zoeken
  3. Hij kan er voor kiezen om het hiaat in zijn kennis of zijn vermogen om betekenis te geven door middelvan doelgericht naar informatie te gaan zoeken

De derde keuze zorgt ervoor dat hij in de driehoek komt van het informatie zoeken. Hij zoekt naar mogelijke bronnen, kiest daar de beste uit en raadpleegt die bronnen om de gewenste informatie te krijgen. Deze informatie zorgt ervoor dat hij zijn probleem kan oplossen, dat hij een beslissing kan nemen of dat hij beter betekenis kan geven.

Informatie kan ook toevallig worden verworven door bijvoorbeeld het doornemen van (vak)literatuur en websites, persoonlijke gesprekken met collega’s en persoonlijke observatie. Dit zijn vaste routines die elk individu heeft om elke dag informatie te vergaren (zoals het iedere dag lezen van de krant of het kijken van het journaal). Hoewel deze activiteiten niet gericht zijn op het aanpakken van specifieke informatiebehoeften, wordt nuttige informatie toch vaak op deze toevallige manier vergaard.

De kwaliteit en de toegankelijkheid van de bronnen enerzijds en de motivatie en interesses van het individu anderzijds zijn factoren die het zoeken naar informatie kunnen beïnvloeden.

Het laatste stadium in het model is wanneer het individu de informatie gaat gebruiken voor het beantwoorden van zijn vraag, het oplossen van zijn probleem, het nemen van een besluit, het onderhandelen van zijn positie of het betekenis geven aan een situatie.

Ieder individu heeft verschillende manieren en voorkeuren bij het gebruik van informatie, zijn eigen cognitieve stijl. Daarnaast vermijden mensen die informatie die sterke negatieve emoties wekt bij anderen of zichzelf. Dit vermijden, samen met zijn eigen cognitieve stijl en de normen en regels waaraan het gebruik van informatie is opgelegd, zijn factoren die het gebruik van informatie beïnvloeden.

De uitkomst van het gebruik van informatie is een verandering in de toestand van de kennis of het bewustzijn van het individu, waardoor hij betekenis kan geven of actie kan ondernemen. Deze betekenisgeving of actie genereert dan weer nieuwe ervaringen binnen groepen en deze nieuwe ervaringen creëren op hun beurt weer nieuwe onduidelijkheden en onzekerheden die mensen er toe aanzetten om opnieuw informatiebehoeften te gaan herkennen, informatie te gaan zoeken en informatie te gaan gebruiken. En zo is de cirkel van het informatie zoeken rond.

9 June 2010
By on 12:37